Getuigenissen van de geleerden van de Syrische Kerk van Antiochië met betrekking tot synoniem: Arameeërs/Syriërs

 

Aramese Lichamelijke Genocide

 

2-8-2016: Turkije, Syrië en Irak: Arameeërs, de ondergang van een inheems volk, deel 3

 

21-4-2016: Na de Turken komen de Koerden.... Arameeërs, Gog en Magog...

 

6-2-2016: Chemische aanval op Ghouta, Damascus in 2013, Arameeërs, Koerden, Turken....

 

12-5-2015: Turkije, Syrië en Irak: Arameeërs, de ondergang van een inheems volk, Deel II

 

15-4-2015: Duitsland noemt slachting onder Armeniërs genocide

 

15-4-2015: Europees parlement roept op tot herdenking Armeense genocide (http://www.nu.nl)

 

13-4-2015: Honderd jaar Ottomaanse Genocide: Aram-Naharaim Organisatie en Aramese Democratische Organisatie sturen een brief aan de EPP Groep van het Europese Parlement

 

6-3-2015: Aramese Genocide: Oude en Nieuwe Genocide. ISIS/ISIL valt de Arameo- Assyrische en Chaldese dorpen langs de rivier Chabur aan in Syrië

 

10-6-2014: Steeds meer Koerden erkennen hun eigen rol in de Ottomaanse genocide………

 

9-5-2014: Turkije, Syrië en Irak: Arameeërs, de ondergang van een inheems volk

 

26-4-2014: Ottomaanse genocide: 99 jaar geleden, zal het erkend worden voor de honderdste verjaardag?

 

24-3-2011: Turkije, Islamitische conferentie in Pakistan in 1980, Aramese klooster St. Gabriel, de etnische zuivering van Arameeërs en de afvallige Arameeërs die zich “Assyriërs” noemen

 

19-7-2010: Eeuwenoude Aramese kerk St. Jacob van Nisibin in Tur Abdin in Turkije is beklad met racistische anti-Aramese en antichristelijke teksten

 

15-3-2010: Zweden erkent de Aramese Lichamelijke genocide, maar ontkent de Aramese Geestelijke Genocide

 

11-11-2009: Premier van Turkije: Een Moslim kan nooit genocide plegen

 

21-2-2009: Turkije, Koerden, het Aramese klooster St. Gabriel en wereldwijd Aramese protest.

 

3-1-2009: Een belangrijke Koerdische Leider in Turkije biedt excuses aan voor het aandeel van de Koerden in de Aramese Genocide van 1915

 

3-7-2007: Aramese – Armeense afslachtingen uit de Ottomaanse Tijd: een Koerdische verantwoordelijkheid

Het Aramese volk: Het Aramese volk (niet te verwarren met 'Armeniërs') spreekt Aramees, de taal van Abraham, Mozes en Jezus Christus. Zij zijn het inheemse volk van wat in vroegere tijden 'Aram-Nahrin' werd genoemd en in onze dagen bekend is geworden onder de naam 'Mesopotamië'

Sommige Arameeërs noemen zich in onze dagen "Assyriërs", dit vanwege de haatzaaiende geestelijke koloniale activiteiten van de Westerse missionarissen en diplomaten in het Midden-Oosten in de 16e en 19e eeuw. Andere Arameeërs zijn bekend geworden als "Chaldeeërs".  Ze zijn echter allemaal Arameeërs. Overal waar U het woord "Assyriërs" tegenkomt dient U het als Arameeërs te lezen.

In Turkije zijn de Arameeërs bekend geworden als “Süryani” en in Arabische als “Al-Suryan”


Aramese genocide en barmhartige Hammo Sharro van Shingal/ Sinjar, Mohammad Sjeik van de stam Tayy en Sjeik Fathallah van Aynkaf.

English Version

 

Hammo Sharro

De moedige, gastvrije en barmhartige Yazidi leider in Shingal/ Sinjar ten tijde van de Aramese genocide in 1915

 

 

 

 

 

 

Mohammad Sjeik van de Arabische stam Tayy

 

 

(We konden helaas geen foto vinden van Mohammad Sjeik)

 

 

Sjeik Fathallah van Aynkaf

(Foto: youtube)

 

 


 

  1. Inleiding  
  2. Hammo Sharro van Shingal / Sinjar en Mohammad Sjeik van Tayy  
   

2.1. Aramese non Hatune Dogan neemt op voor de Yazidi's

 
  3. Sjeik Fathallah van Aynkaf  
   

3.1. Waar waren andere Sjeiks en Imams?

 
  4. Niet alle Koerden hebben aan de genocide meegedaan.....  
  5. De Koerden hebben smaak te pakken en willen nieuwe genocide  

 


 

1. Inleiding

 

De gruwelijkheden van de Aramese Genocide van 1915 hebben grote trauma's bij het Aramese (fout: Assyrisch) volk teweeg gebracht. De Aramese aanwezigheid in het gebied van het Ottomaanse rijk werd bijna compleet uitgewist.

De onvoorstelbare wreedheid waarmee deze genocide werd uitgevoerd is nauwelijks te bevatten voor een normale mens.

 

In de inleiding van zijn boek "Vergoten Bloed" schrijft de Aramese student in het klooster Dayro D'Zahran, Abdel Messih Naaman Karabasi, die getuige was van de gruweldaden:

 

" Wat ik in dit boek heb vastgelegd, is slechts een zeer klein deel van het vreselijke lijden, verdriet, gruwel, ontvoeringen en vervolging, waaraan de Christelijke volkeren in het Oosten, vooral de Syriërs in Mesopotamië en omgeving, vanaf 1915 vier jaar lang waren blootgesteld door het meedogenloos en gewelddadig optreden van Koerdische en Turkse troepen uit het westen en het oosten........................."

" .......... Naar wat ik dagelijks met eigen ogen waarnam en met eigen oren vernam uit de mond van de verbijsterde vluchtelingen en gewonden, was het aantal mensen, dat aan de bloedbaden wist te ontkomen, uiterst klein. "

 

Aartspriester Sleyman Henno schrijft in zijn boek "De vervolging en de uitroeiing van de Syro - Arameeërs in Tur Abdin  in 1915":

Aartspriester Sleman Henno

" Beste lezer, ik heb de redenen voor de massamoord geschilderd, en de wijze waarop deze tot uitvoering werd gebracht. Kom met mij mee, dan gaan wij samen alle landstreken bezoeken waar de massamoorden zijn begaan, om te zien, wat de twee volkeren, de Turken en de Koerden – die berucht zijn om hun gruwel, boosaardigheid en gemis aan erbarmen -, aan bloedbaden hebben aangericht en aan onschuldig bloed hebben vergoten. Deze gebieden van Anatolië tot aan de grenzen van het Osmaanse Rijk, dus tot aan Perzië en Rusland, werden door veel Christenen bewoond. Wij zullen tragedies en bloedvergieten tegenkomen zonder weerga. Vanaf de schepping van de wereld tot nu heeft men nog nooit zoiets gezien: kinderen, vrouwen en bejaarden werden doodgestoken en zuigelingen uit de schoot gerukt en als ballen tegen de muur gesmeten. Welk een vreselijk, ondraaglijk noodlot. Zoiets hebben zelfs de goddeloze Djengis Khan, noch de Ta-Mongolen Hüläga en Timur Lenk niet voor elkaar gebracht.

 

 Ook in de tijden van het heidendom is van zoiets dergelijks ooit bericht. Geen tong, geen pen kan zoiets beschrijven. De tranen wellen ons in de ogen en stromen ons over de wangen. Hele steden werden van Christenen beroofd, alsof daar nooit enige Christen heeft geleefd. In veel dorpen bleef er zelfs geen enkel aandenken aan de Christenen."

 

Als nawoord in het boek van aartspriester Sleman Henno schrijft Mgr. J.Y. Cicek: " Er zijn tot nu nog geen verslagen over de vernietiging van steden en dorpen als Adiyaman, Malatya, Edessa (Urfa), Diyarbakir, Bitlis, Se’ert (Siirt), Arzun en Bscheriye. In gedichten wordt er iets over gezegd; ook bevat het boek van Isaak (Ishok) Armale uit 1919 enkele berichten."

 

De bedenkers van de genocide van 1915 waren de Sabataianse /Vrijmetselaars/ Kabbalistische/ Talmudische Turkse crypto-Joden (hier, hier, hier en hier) die ook bekend raakten onder de naam "Donmeh." Sommigen claimen dat Turkije nog steeds geregeerd wordt door "Donmeh" (hier, hier)

 

Deze Sabataianse /Vrijmetselaars/ Kabbalistische/ Talmudische illuminatie Joden worden door onze Heer Yesuh M'siho "Synagoge van Satan" genoemd (openbaring 2:9, 3:9).

De laatste jaren zijn sommige moedige Joodse onderzoekers naar voren gekomen, zoals bijvoorbeeld Barry Chamische, Henry Makow en anderen, die beweren dat de genocide gepleegd door Hitler op de Joden in 1940-45 werd uitgevoerd in samenwerking met deze illuminatie Joden (hier, hier, hier, hier, hier, hier, hier, hier).

 

 

 

Andere onderzoekers en ingewijden claimen dat Hitler in opdracht van Sabataianse /Vrijmetselaars/ Kabbalistische/ Talmudische illuminatie Joden de echte Joden, dat wil zeggen de kinderen van Abraham, Isaak en Jacob in concentratiekampen heeft vernietigd (hier, hier)

 

Wat betreft de Aramese genocide, waren de Koerden en Turken de uitvoerders. De helpers waren Duitsland en Oostenrijk.

 

Deze illuminatie Joden hebben de ongekende haat van Turken en Koerden volkomen uitgebuit om de Aramese en andere Christenen van het Ottomaanse Rijk te vernietigen. De rol van de crypto- Joden in deze misdaad tegen menselijkheid is tot op heden zorgvuldig verborgen gehouden.

De zogenoemde "genocide" experts leggen alle schuld bij de Turken en zwijgen in alle talen over de echte boosdoeners achter deze afschuwelijke genocide. De reden hiervoor is dat de Kabalitische / Talmuidsche illuminatie- Joden een machtig wapen in handen hebben om te gebruiken tegen iedereen die het waagt om de rol van de Turkse crypto- Joden in de genocide van 1915 te belichten en dat machtige middel is het begrip "antisemitisme."

 

Er zal daarom op de Westerse Universiteiten, waar genocide wordt onderwezen, nooit de rol van de crypte- Joden in de genocide van 1915 onder de loep worden genomen. Diegene die dat wel wagen zullen onmiddellijk de sterke arm van de Talmudische/Kabbalistische illuminatie- Joden voelen en zullen worden gedemoniseerd en ontslagen vanwege “antisemitisme.”

 

Tijdens de genocide van 1915 zijn enkele vooraanstaande individuen, om diverse redenen, op de bres gesprongen en hebben hun best gedaan om het leven van vele Arameeërs en andere Christenen te redden.

Hieronder zullen wij de nobele daden van deze individuen bespreken:

 

2. Hammo Sharro van Shingal / Sinjar en Mohammad Sjeik van Tayy

 

Hammo Sharro

De moedige, gastvrije en barmhartige Yazidi leider in Shingal/ Sinjar ten tijde van de Aramese genocide in 1915

 

 

 

 

 

 

Mohammad Sjeik van de Arabische stam Tayy

 

 

 

 

 

Sinjar/ Shingal is een gebied dat is gelegen in het noordwesten van Irak en wordt hoofdzakelijk bewoond door de Yazidi's met enkele Aramese families onder hen.

 

Tijdens de genocide van 1915 was Hammo Sharro de leider van Yazidi's in Shingal/ Sinjar. Hammo Sharro stond bekend om zijn moed, gastvrijheid en vooral barmhartigheid. Hij genoot niet alleen groot respect onder zijn eigen bevolking, maar ook onder buitenstanders. Hammo Sharro was bevriend met Mohammad Sjeik, de leider van de "Arabische" stam Tayy. De Tayy wonen hoofdzakelijk in Syrië en Irak. Er wordt gezegd dat de Tayy oorspronkelijk uit Yemen komen. Het is ook mogelijk dat het hier gaat om gearabiseerde Arameeërs die, na bekering tot Islam, zich als "Arabieren" zijn gaan identificeren.

Dankzij de barmhartige Mohammad Sjeik vonden de Aramese en Armeense Christenen onderdak bij zijn stam Tayy. Diegenen die wilden reizen naar Sinjar/ Shingal werden door Mohammad Sheik begeleidt.

 

Zowel Abdel Messih Naaman Karabasi alsmede aartspriester Sleman Henno zijn zeer lovend over de Yazidi's van Sinjar/Shingal en dan vooral hun waardige leider Hammo Sharro.

 

Over de situatie van de Aramese Christenen in Mardin en omgeving schrijft Karabasi: "Toen de christenen in Mardin en omgeving zagen, dat ze, hoeveel ze de Turkse regering en de Moslims ook gehoorzaamden, hoezeer zij zich ook schikten en hoezeer zij zich ook aan hen onderdanig maakten, hen nooit tevreden konden maken of in hun hart een gevoel van barmhartigheid of van meelij konden wekken, kwamen zij tot het besluit, dat het beter was huis en haard te verlaten en de wijde wereld in te trekken om zich daar als vreemden te vestigen. Zij konden nergens een toevluchtsoord vinden, behalve in het Schighar gebergte, onder de bescherming van de Jazidi’s"

 

Zich onderdanig opstellen tegenover het "geloof van vrede" heeft geen enkele zin, omdat je als tweederangs wezen wordt beschouwd en vertrapt. "Barmhartigheid" en "medelijden" begrijpen ze totaal niets van en wordt meestal als een teken van zwakheid beschouwd. Nee, wat je met de "onreinen en onbesnedenen" moet doen is hen vertrappen en behandelen als straatvuil. In feite is dit ook precies de leer van de Talmud jegens de niet-Joden, de "Goyim".

 

Om de genocide te ontlopen, gingen veel Arameeërs richting Sinjar/ Shingal gebergte in het noordwesten van Irak. Over de ontvangst van de Aramese Christenen door de Yasidi's schrijft Naaman Karabasi: " En toen ze in Schighar aankwamen, werden ze door de Jasidi lief en gastvrij opgenomen, vooral door hun grote leider, Hammo Scharo, die om zijn barmhartigheid en naastenliefde beroemd was. Deze nam hen vol medelijden op, gaf hun tenten voor hun verblijf, en regelde de noodzakelijke levensbehoeften; hij liet hen ook werken en troostte hen als hij de treurige verhalen moest aanhoren; daarom werd hij door de christenen zeer geëerd en geliefd."

 

Wat een grote tegenstelling met Koerden en Turken. Gezamenlijk hebben deze twee volkeren geprobeerd om de Arameeërs compleet uit te roeien. En wat is het antwoord van de Yasidi's op deze barbaarsheid? De gevluchte Arameeërs werden" lief en gastvrij opgenomen."

 

Er waren in Turkije zeker ook Yasidi's die deelnamen aan de genocide van 1915 om de Arameeërs compleet uit te roeien. De Yazidi's van het dorp Bacin (Turks: Güven Köyü) waren afschuwelijke moordenaars van de Arameeërs. Mogelijk deden ze dit om de Koerden te vriend te houden en zodoende om zelf niet het slachtoffer van de genocide te worden.

 

Andere Yazidi's echter in de regio Tur Abdin zijn tot het uiterste gegaan om de Arameeërs te steunen, zoals bijvoorbeeld de Yazidi's van Taka (Turks: Oyuklu) onder aanvoering van de Haukee- clan en de clan van Diuana in Kefnas (Turks: Çayırlı).

 

Niet alleen werden de Aramese en andere Christenen gastvrij ontvangen door Hammo Sharro, maar hij zorgde ook voor gebedsruimte en een ziekenhuis: " Toen het winter werd, bouwden de Jasidi’s hun huizen uit leem, en richtten ze een groot huis op waarin ze voor gebed bij elkaar konden komen, en wel met een Chaldese priester, genaamd Jauseph; maar deze priester deed dat werk niet zo lang, en vertrok, en stelde een leraar aan voor de behartiging van hun religieuze zaken. Het was Farag Alla, die hen onderwees, hun getuigenissen uit de Heilige Schrift bijbracht en die hen troostte. En zo nam het aantal christenen langzaam toe. Ze bouwden rond 60 huizen om in te wonen. Ook begonnen ze een ziekenhuis waar ze iedereen die ziek was of ergens aan leed naar toe brachten. Ze richtten ook een liefdadigheidsinstelling op, en brachten aalmoezen van de christenen bijeen om te voorzien in de kosten van de zieken."

 

Shingal/ Sinjar was toevluchtsoord geworden. Uit alle gebieden van het Ottomaanse rijk stroomden Christenen richting Shingal/ Sinjar zoals Abdel Messih Naaman Karabasi schrijft: " In maart 1916 bereikten de vluchtelingen uit de Armeense werkploegen en uit de districten van Schadade en Deir ez-Zor de zuidelijke berghellingen van Schighar. Er waren veel Mohammedanen die de groepen daarheen en naar de droge woestijn in het zuiden van Schighar brachten, om ze daar te laten verdorsten en te verhongeren. Toen de Jasidi”s daarvan hoorden, gingen ze daar de vermagerde jongens en meisjes – zonder iets aan hun voeten en naakt – halen, en brachten ze hen naar de christenen in het Schighar gebergte. De christenen ontvingen ze blij, en dankten hen die ze gered hadden."

 

Toen de Turken achterkwamen dat veel Christenen naar Shingal/ Sinjar waren gevlucht, stuurden ze hun leger erop af om de Christenen te vermoorden. Karabasi schrijft hierover: " Maar het Boze en de Gruwel bestonden nog steeds, want de Turken, die de meerderheid van de christenen binnen hun eigen gebied hadden uitgeroeid, vielen nu de berg Schighar aan, want het was hun allang duidelijk, dat veel christenen daar een toevluchtsoord hadden gevonden. De Turkse regering stuurde haar geregeld leger, dat uitgerust was met geweren, pistolen en kanonnen, om de berg Schighar aan te vallen en om alsnog een einde te maken aan het leven van de christenen die aan de bloedbaden waren ontkomen en op de berg een toevluchtsoord hadden gevonden."

 

Het Turkse leger bereikte Shingal/ Sinjar en eiste van Hammo Sharro om alle Christenen aan hen te overhandigen met de mededeling: "’Stuur mij alle christenen die gevlucht zijn en bij u een toevlucht hebben gevonden, samen met alle wapens  in hun bezit, anders zal ik u en uw mensen gruwelijk straffen en uw huis en alle huizen van uw mensen verwoesten "

 

Hammo Sharro weigerde om de eis van het Turkse leger in te willigen en mobiliseerde zijn strijdkrachten om zich te verdedigen tegen het indringende Turkse leger. Het Turkse leger werd in een hinderlaag verrast en 15 soldaten werden door de mannen van Hammo Sharro vermoord. De overmacht was echter te groot, daarom moest hij noodgedwongen met zijn mannen zich terugtrekken. De Christenen werden gewaarschuwd om naar de veiligere gebieden te vluchten voor het aanrukkende Turkse leger.

 

Naaman Karabasi schrijft: " De christenen gingen met hun hebben en houwen naar een dorp verder naar het zuiden, en de Turkse strijdkrachten vielen het dorp Mamida binnen en plunderden het. Op diezelfde dag overvielen ze ook nog andere dorpen, en ’s avonds bereikten ze het dorp van de christenen. In het eerste huis dat ze binnenvielen zagen ze een oude man, die niet kon vluchten; die vermoordden ze direct, en ze roofden alles wat ze in dat huis vonden."

" En de christenen vluchtten weg toen ze het dorp verlaten hadden, en trokken huilend en klagend de hoge bergen in."

 

De Yazidi's begonnen in opstand te komen tergen de Turkse bezetters en bevrijdden Shingal/ Sinjar met succes uit hun handen: " En de garnizoenen die op de berg gestationeerd waren, werden mettertijd weer overbodig, en hun aantal liep langzaam terug. Zodoende kregen de Jasidi’s langzaam weer wat macht, en keerden ze zich weer tegen de Turken. Ze begonnen iedere Turk die ze tegen kwamen te vermoorden en zijn wapen af te nemen. Op het laatst vluchtten de overgebleven Turken weg, want ze waren bang voor hun leven. "

 

Zoals gezegd, een andere persoon die barmhartigheid toonde aan de Arameeërs en Armeniërs was Mohammed Sjeik, de leider van de Arabische stam Tayy die bevriend was met Hammo Sharro.

 

Sommige van de Aramese en andere Christenen van Shingal/ Sinjar keerden later terug, terwijl anderen hun toevlucht zochten bij Mohammad Sjeik en weer anderen zwierven rond van dorp tot dorp.

Abdel Messih Naaman Karabasi schrijft: " Na enige tijd ging een deel van de christenen naar de Tajj en zochten toevlucht bij hen; ze gaven hun leider geld, om zich tegen het moorden te beschermen; een ander deel van hen vluchtte van dorp tot dorp, toen het uitgeput en bijna verhongerd Nusaybin bereikte. Degenen die in Schighar bleven, keerden naar hun dorp terug en bleven daar tot het gevaar voor vervolging geweken was. En zo werd die vredige christengemeenschap door de verdorvenheid van de Turkse strijdkrachten verstrooid."

 

Aartspriester Sleman Henno schrijft over de nobele daden van Hammo Sharro en Mohammed Sjeik: " Aan het eind van dit hoofdstuk zou ik graag de goede daden willen herdenken van Mohammed Sjeik uit de stam Ţajj: hij gaf zijn aanhangers het bevel, geen enkele Christen te doden die bij hem zijn toevlucht had gezocht. Bovendien heeft hij er ook voor gezorgd, dat vele Christenen die aan massaslachtingen waren ontkomen, bij zijn vriend Hammo Sharro, de leider van de Schigarberg, terecht konden. Ook wilde hij geen geplunderde goederen aannemen, die van de beroofde en vervolgde Christenen afkwamen. Het verhaal gaat, dat vijanden van de Christenen hem ooit een heel dure ring te koop aanboden. Hij vroeg, van wie die was, en zij antwoordden ‘van een Nazarener’, van een Christen, dus. Hij antwoordde: ‘Als zijn rechtmatige eigenaar hier geen plezier aan gehad heeft, dan ik ook niet.’ Beschaamd keerden de misdadigers terug."

 

De Yazidi's van Shingal/ Sinjar waren onder leiding van Hammo Sharro goed georganiseerd en gedisciplineerd. Na Hammo Sharro is er geen andere leider opgestaan om de belangen van de Yazidi's te behartigen.

De huidige situatie van de Yazidi's is ronduit verschrikkelijk. Ze zijn onderling verdeeld en zijn speelbal geworden in de handen van de Barzani clan en de clan van Abdullah Ocalan.

 

2.1. Aramese non Hatune Dogan neemt op voor de Yazidi's

 

Hatune Dogan ontvangt een cadeau uit de handen van Baba Sjeik, de geestelijke leider van Yazidi's in Lalish, Shingal/ Sinjar.

(Foto: Hier)

In 2014 vielen de ISIS/ISIL terroristen de Yazidi's van Shingal/ Sinjar aan nadat het leger van Barzani de Yazidi's had verraden door zich uit Shingal/ Sinjar terug te trekken. Barzani heeft Shingal/ Sinjar overgegeven aan ISIS/ISIL terroristen om later "te bevrijden" en zodoende zijn greep op de Yazidi bolwerk Shingal/ Sinjar te verstevigen.

 

De ISIS/ISIL terroristen hebben duizenden Yazidi mannen, vrouwen en kinderen op een meest wrede manier vermoord, verbrand en ritueel afgeslacht. Honderden jonge meisjes werden als seksslaven gebruikt, verkocht en voor het leven kapotgemaakt. Al deze gruweldaden tegen de vredelievende en weerloze Yazidi's zijn totaal niet relevant voor diegenen die de weerloze Yazidis hebben overgegeven aan ISIS/ISIL terroristen.

 

 

In 2015 startte de Aramese Hatune Dogan uit Duitsland een actie voor de Yazidi's in Shingal/ Sinjar. In december 2015 ging ze naar Shingal/ Sinjar om de hulp te overhandigen aan de Yazidi's. Ze werd hartelijk ontvangen door Baba Sjeik, de geestelijke leider van de Yazidis in Lalish, de heilige plaats voor de Yazidi's. Als Arameeërs hebben wij de morele plicht naar Hammo Sharro toe om Yazidi's te steunen. Zuster Hatune Dogan heeft ons allemaal een nobele voorbeeld gegeven die wij moeten navolgen. Steun daarom Hatune Dogan.

 

Zuster Hatune Dogan heeft veel projecten. Steun daarom alstublieft haar projecten:

 

Helfende Hände für die Armen

Sparkasse Paderborn

IBAN: DE 6247 6501 3000 1112 1142

BIC: WELADE3LXXX

http://hatunefoundation.com/international/

 

3. Sjeik Fathallah van Aynkaf

 

Sjeik Fathallah van Aynkaf

(Foto: Youtube)

De derde barmhartige persoon die een belangrijke rol heeft gespeeld in het redden van de Arameeërs is Sjeik Fathallah van Aynkaf. Aynkaf (Turks: Kayapinar) is een dorp in het zuidoosten van Turkije ten westen van Gercus en noordwesten van de Aramese stad Midyat.

 

Hij ging langs de plaatsen waar de overgebleven Arameeërs in het nauw werden gedreven en vaardigde fatwa uit over iedereen die hen iets aandeed. Als hem werd verteld dat ergens de Aramese Christenen op het punt stonden te worden uitgeroeid, snelde hij naartoe en probeerde hun leven te redden.

 

Op plaatsen waar de Arameeërs verdedigingslinies hadden opgebouwd, zoals in het bekende Aramese bolwerk Aynwardo (Turks: Gulgoze), probeerde Sjeik Fatallah vrede te stichten. We kunnen zeggen geliefde lezer dat wanneer Sjeik Fatallah niet was geweest, dan waren waarschijnlijk alle Arameeërs van Tur Abdin vermoord door de ongekende bloeddorstigheid van de Turken en Koerden.

 

De Turken en Koerden op hun beurt gebruikten Sjeik Fathallah om gezichtsverlies te beperken op plaatsen waar ze de Arameeërs niet konden vernietigen.

 

De familie van Sjeik Fathallah komt oorspronkelijk uit Saudi Arabie. Ze zijn daar weggevlucht vanwege de terreur van de al- Saud clan, de huidige heersers van Saudi- Arabie.

 

Aartspriester Sleman Henno noemt enkele voorbeelden waar Sjeik Fathallah een doorslaggevende rol speelde die we hieronder zullen vermelden.

 

Voorbeeld 1: Aramese bolwerk Aynwardo (ook geschreven als: Iwardo, Inwardo)

Tijdens de genocide van 1915 werd Aynwardo (Turks: Gülgöze) zeer beroemd als onneembare Aramese vesting. De overlevende Arameeërs uit de dorpen in Tur Abdin trokken massaal naar Aynwordo. Hoewel de Arameeërs zeer slecht waren bewapent, hielden ze tegen alle verwachtingen in op een wonderbaarlijke wijze moedige stand tegen de overmacht van Turken en Koerden.

 

Aartspriester Sleman Henno schrijft over Aynwardo: " Dit is een van de bekendste dorpen van Tur Abdin; het ligt op een verhoog, ten oosten van Midyat, ongeveer twee uur gaans daarvandaan. Ten tijde van de Eerste Wereldoorlog bedroeg het aantal bewoners ongeveer tweehonderd gezinnen. In dit dorp bevond zich ook de grote Mor Hadbschabo Kerk, die wel lijkt op een niet te bedwingen vesting. De mannen van dit dorp stonden bekend om hun dapperheid en hun ijver. In de landstreken van Mesopotamië was er geen dorp dat zich zo tegen de Koerden verzette en zo tegen hen vocht."

 

Wat de Turken en Koerden ook deden, slaagden ze er niet in om Aynwardo in te nemen ondanks de overvloed aan wapens en goedgetrainde manschappen. Sleman Henno schrijft: " De tegenstander werd nu gevuld door een duivelse woede, en hij streed nog eens dertig dagen. Van overal kwamen er wapens voor de vijanden. De goddeloze misdadigers verwonderden zich over dit dorp. Maar ten slotte zag men toch in, dat het niet te overwinnen was, alsof de Heer hen een balk voor de ogen had geslagen. Dus werden ze zwak en vermoeid."

 

En wat doet de Islam dan als ze het niet kunnen vernietigen geliefde lezer? Als ze het niet kunnen vernietigen dan pas praten ze over vrede en zeker niet eerder. Als Arameeërs weten wij uit ervaring dat Islam nooit, maar dan ook nooit vrede op de eerste plaats zal zetten. Hun motto is altijd: vernietigen en als het niet anders kan, dan maar "vrede."

 

Omdat de Turken en Koerden Aynwardo niet konden innemen, deden ze diverse listige pogingen om de Arameeërs van Aynwardo over te halen de strijd op te geven voor zogenoemde "vrede." Maar de Arameeërs waren zeer bekend met de sluwheid van de Koerden en Turken.

Sleman Henno schrijft: " Uiteindelijk werden de Koerdische clans moe en zwak, en ze stuurden bemiddelaars naar Aynwardo en lieten hen mededelen: ‘De inwoners van Anhel hebben zich tot de Islam bekeerd. Doe zoals zij, en u kunt zich redden!’ Daarop stuurden ze weer anderen die zeiden: ‘Er is genoeg gevochten! Benoem een bemiddelaar tussen jullie en ons, om over vrede te onderhandelen, en om het vuur van de strijd te blussen!’ De Syro-Arameeërs antwoordden: ‘Als waar is wat jullie zeggen, stuur dan Sjeik Fathallah, de zoon van Sjeik Ibrahim en de aanvoerder van Aynkaf, Wij zullen alles doen wat hij zegt, en zullen de geheimen van ons hart aan hem toevertrouwen.’ "

 

Wat de Koerden ook deden om zogenaamd "vrede" te sluiten, trapten de zeer ervaren Arameeërs niet in hun verraderlijkheid. De enige persoon waar de Arameeërs op konden vertouwen als onafhankelijke en gewetensvolle bemiddelaar was Sjeik Fathallah, de zoon van Sjeik Ibrahim uit Aynkaf.

Sjeik Fathallah had een grote naam verworven onder de Arameeërs omdat hij zijn uiterst best deed om waar mogelijk de genocide tegen de Arameeërs te stoppen. Vandaar dat hij de enige persoon was waar de Arameeërs op konden vertrouwen.

 

Wanhopig als de Koerden en Turken waren, haalden ze Sjeik Fathallah van Aynkaf op om te bemiddelen tussen hen en de Arameeërs.

 

Het vertrouwen van de Arameeërs in Sjeik Fathallah wordt door Sleman Henno als volgt omschreven: "Toen de bewuste persoon kwam, gingen drie Syro-Aramese leiders naar hem toe, kusten zijn handen en zeiden: ‘Wij volgen uw voorstel en geweten. Naast God hebben wij geen andere helper, en wij zijn het eens met al wat u belooft en bepaalt.’ "

 

Sjeik Fathallah handelde inderdaad in overstemming met zijn nobelheid: " Hij stelde hen op hun gemak en ging naar de Osmaanse leiders, die van hun kant beloofden, de Koerdische clans terug te trekken uit de omgeving van het dorp en hun te bevelen, het dorp niet meer aan te vallen. Nadat ze het daarover eens geworden waren, verzamelden ze de wapens en stuurden die naar Fathallah. Vervolgens trokken de Osmaanse strijdkrachten en de Koerdische clans zich terug, en drukte Sjeik Fathallah hun op het hart, de Christenen geen verdere ellende te bezorgen. De strijd tussen beide partijen had wel zestig dagen geduurd. "

 

Vrede en afspraken onder leiding van de nobele Sjeik Fathallah? Doe niet zo raar, dat is een teken van "zwakheid", zoiets bestaat niet voor hen. En daarom gingen de Koerden onvermoeid door met hun misdaden tegen de Arameeërs: "En de Christenen bleven in hun dorp en waagden het niet hun huizen te verlaten, bang als ze waren voor hun Koerdische buren in Urdnas, Ahlach en Mzizah. Want de Koerden lagen alsmaar langs de wegen op de loer voor Syro-Arameeërs, en doodden er zoveel als ze maar konden. Op die manier werden er meer Syro-Arameeërs gedood dan in de twee maanden belegering en strijd. Zoal het spreekwoord zegt: ‘Wat een bedrieger met zijn list aanricht, krijgt geen zinnig iemand met zijn verstand voor elkaar.’"

 

Over het vermoorden van de Arameeërs in het dorp Scharikan schrijft aartspriester Sleman Henno deze aanklacht tegen de wreedheid van de Koerden: " Schande over jullie, Koerden, bedriegers en vijanden van het Christendom. Wat hebben zij, deze arme en onderdrukte Christenen, jullie aangedaan, dat jullie zonder enige schaamte plannen maakten om hen te vermoorden? Hebben ze misschien jullie land geroofd, of jullie mensen gedood? Jullie bezit geroofd? Of jullie dorpen in brand gestoken en ze verwoest? Waarom zo jullie best gedaan, om hen te vernietigen?"

 

Voorbeeld 2: Bekende Aramese dorp Hah.

Door de bemoeienis van Sjeik Fathallah werd ook het beleg over Hah (Turks: Anıtlı) opgeheven zoals aartspriester Sleman Henno schrijft: " Van Aynwardo begaf Fathallah zich naar Hah, hij verbleef in het Moeder Gods Klooster, riep de hoofden van de Syro-Arameeërs bij zich en onderhandelde met hen over vrede. Zij accepteerden zijn voorstellen en volgden zijn aanwijzingen. Vervolgens gaf hij de moordenaars opdracht, de belegering van Hah te beëindigen en naar huis te gaan. Iedere Moslim die vanaf nu nog één Christen ombrengt is vervloekt."

 

Voorbeeld 3: De belegering van het Aramese dorp Kruis Klooster (Dayro Du Slibo).

Het Aramese dorp Kruis Klooster is genoemde naar het gelijknamige Kruis Klooster dat zich in nabijheid van het dorp bevindt.

Volgens Sleman Henno bevonden zich in het dorp rond 70 Aramese gezinnen die allemaal hun toevlucht zochten in het klooster: " Toen het bericht van de gruwelijke vervolging de oren van de hier levende Syro-Arameeërs bereikte, vluchtten ze het klooster in. Ze namen hun vee, levensmiddelen en meubilair mee. Het klooster was een zeer stevige veste.  Het bestond uit twee verdiepingen en had 336 kamers. Binnen de muren bevond zich een grote, waterrijke bron, die voldoende was voor de hele oorlogstijd."

 

Over de belegering van het dorp Kruis Klooster schrijft aartspriester Sleman Henno: " Veel Koerdische clans van ver en nabij verzamelden zich rondom het Kruis-Klooster: de clan van de familie Ali Rammo, de aanvoeder van de Çelik-clan, waarvan het hoofd Mustafa was uit Siirt, de Schire-clan, de Koerden uit Ramman en ook reguliere strijdkrachten van het Osmaanse Rijk. Het totaal van de aanvallers bedroeg 15000 man."

 

Wat de Turken en de Koerden ook deden, slaagden ze er niet in om het Kruis Klooster in te nemen.

Ondanks de miezerige wapens van de Arameeërs, hielden ze 3 maanden moedig stand tegen de overmacht van de Turken en Koerden van 15000 man die goed bewapend en getraind waren. Hoe kan dit geliefde lezer? Een militaire strateeg zal dit waarschijnlijk meteen van de tafel vegen als "onzin", tenzij hij gelooft in de God van Abraham, Isaak en Jacob die de Arameeërs van Tur Abdin te hulp kwam.

 

Aartspriester Sleman Henno vertelt over de bekentenis van een Koerdische clanleider met betrekking tot onneembaarheid van het klooster: " Op een nacht riep Mustafa uit de familie Rammo de aanvoerder van de Syro-Arameeërs, Schabo Chanze, bij zich: ‘O, Schabo, geloof me, uw klooster is onneembaar, hoe lang de vijand het ook blijft bestormen.’ Schabo vroeg: ‘Waarom dan?’ Mustafa antwoordde: ‘Als ik op het klooster schiet, zie ik een wolk vanaf het klooster omhoog gaan, en dan zie ik een ridder op mij toekomen met getrokken zwaard in de hand, die mij vreselijk bang maakt, en al mijn ledematen beginnen dan te trillen.’ Daarop gaf hij zijn mannen bevel, zich terug te trekken. En toen die gingen, volgden hen ook vele anderen."

 

Ook hier weer geliefde lezer, ondanks de overmacht van Turken en Koerden slaagden ze gedurende drie maanden niet in om het klooster in te nemen. En wat bleef voor hen dan over? Ja, dan willen ze, noodgedwongen en vanwege gezichtsverlies, praten over zogenaamde "vrede." Ze wisten dat de Arameeërs hen niet vertrouwden. De enige persoon die de Arameeërs vertrouwden was Sjeik Fathallah uit Aynkaf. In feite werd Sjeik Fathallah door de Turken en Koerden gebruikt om eerverlies en gezichtsverlies te voorkomen.

 

Aartspriester Sleman Henno schrijft: "Toen kwamen Sjeik Fathallah, de dorpsoudste van Aynkaf, en de aartspriester Isa met de dorpsoudste van Aynwardo. De Sjeik sprak met hen en zei: ‘Geef jullie over, en ik zweer bij mijn geweten, dat ik opdracht zal geven dat de regeringstroepen zich uit de omgeving van het klooster moeten terugtrekken en met hen de Koerdische clans.’De Syro-Arameeërs antwoordden: ‘Wat u zegt is waar, en wij geloven uw woorden, maar wij kunnen ons niet overgeven, omdat wij mensen van hun hebben gedood.’ Toen ging de Sjeik weg. Na tien dagen kwam hij weer terug en zwoer, dat er voor hen geen gevaar bestond, als ze zich overgaven. De Syro-Arameeërs zeiden:’Wij geven ons over, en wij vertrouwen op uw beloften. We doen de deur van het klooster open onder de voorwaarde, dat we onze wapens niet hoeven in te leveren.’ De Turkse officier, die daar bij was, zei dat dat niet ging. Ze moesten eerst hun wapens inleveren. Maar Sjeik Fathallah wees deze eis van de hand en zei hem: ‘Ontwapen de Koerden maar eerst, en dan ontwapen ik de Syro-Arameeërs.’ De Turkse bevelhebber bleef bij zijn mening, en wilde per se dat de Syro-Arameeërs hun wapens inleverden. Sjeik Fathallah stuurde een bericht naar de Gouverneur van Amida (Diyarbakir), en deze beval de Turkse officier de aanwijzingen van Sjeik Fathallah te volgen, en de troepen van het klooster terug te trekken. Toen de regeringstroepen zich terugtrokken, gingen de Koerdische strijdgroepen uit elkaar. De bewoners van het klooster waagden zich drie jaar lang niet uit hun huizen, want de Koerden loerden op hen, en ieder die het waagde uit het dorp te gaan werd door hen vermoord. "

 

Ook hier weer geliefde lezer: afspraken en vrede? Maar natuurlijk niet, het is allemaal uiterlijke vertoon. De standaard is: uitroeien.

 

3.1. Waar waren andere Sjeiks en Imams?

 

Hoeveel Islamitische Sjeiks en Imams waren ten tijde van de genocide van 1915 in het Ottomaanse rijk? Tienduizend, twintigduizend of misschien vijftigduizend? Waarom hebben deze mensen ook hun stem niet verheven tegen de gruwelijke genocide?

 

Er zullen zeker Imams en Sjeiks zijn geweest die eveneens de gruwelijkheden begaan tegen de Arameeërs afkeurden. Maar,  hoeveel onder hen hebben in navolging van Sjeik Fathallah van Aynkay fatwa's uitgesproken tegen het vermoorden van de Christenen?

Wanneer bijvoorbeeld de helft of zelfs een derde van alle Sjeiks/ Imams in het Ottomaanse Rijk het voorbeeld van Sjeik Fathallah hadden gevolgd, dan waren de bloedbaden veel en veel minder ernstig geweest. De overgrote meerderheid onder hen heeft deze genocide gesteund, verheerlijkt en aangemoedigd.

 

4. Niet alle Koerden hebben aan de genocide meegedaan.....

 

De overgrote meerderheid van de Koerden heeft aan deze barbaarse genocide meegedaan. Een kleine moraalvolle minderheid heeft echter consequent geweigerd om aan deze misdaden tegen mensheid deel te nemen met groot gevaar voor eigen leven. Er zijn verhalen bekend van nobele Koerden die hun leven riskeerden om het leven van de Arameeërs en Armeniërs te redden. Andere Koerden hebben vele overlevenden geholpen om naar het Aramese bolwerk Aynwordo te vluchten om zo aan de genocide te ontkomen. Weer andere Koerden hebben Aramese families in het geheim onderdak gegeven in hun eigen huizen tot na de genocide. Sommige grote en machtige zelfstandige Koerdische families hebben de jonge Aramese meisjes, wiens ouders waren vernietigd, onder hun bescherming genomen en na de genocide overgedragen aan de Aramese priesters, bisschoppen of familieleden die het hadden overleefd. Dat was zeer ongebruikelijk!!

De overgrote meerderheid van de Koerden echter legden beslag op de zeer jonge Aramese meisjes om hun perverse seksuele uitspattingen ermee te bevredigen.

 

Één van de Koerdische leiders die niet meedeed aan de genocide was Çelebi Ağa, de leider van Çalabi clan, uit het dorp Mezizah (Turks: Doǧançay).

Een andere leider echter, Haço Ağa, de leider van Haço clan die eveneens uit Mezizah kwam, heeft aan de genocide wel meegedaan.

 

Aartspriester Sleman Henno schrijft hierover:

Çelebi Ağa

(Foto: Gertruda Bell, Amurath to Amurath)

" Çelebi Ağa en Haço waren in die tijd, zoals boven reeds vermeld, de leiders van de Haferkan-clan. Tijdens de vervolging van de Syriërs in Tur Abdin zaten ze allebei in de gevangenis. De neef van Çalabi, Saruchan, nam de plaats in van de gevangen clanhoofd. Bij de Haço’s waren het de zonen, die het zittende hoofd vertegenwoordigden: de oudste van hen heette Hassan. De Haço’s hadden meegedaan met het vermoorden van Syriërs. Maar Saruchan uit de familie: Çalabi had geen Syro-Arameeërs gedood, integendeel, hij had ze geholpen. Zo gauw als hij het voor de Syro-Arameeërs zo slechte bericht hoorde, liet hij ze dat weten.  Hij sprak hun altijd moed in en zei: ‘Wees niet bang, ook al word ik gedwongen jullie aan te vallen, ik zal niemand van jullie doden.’

 

En als de Syriërs wapens nodig hadden, stuurde hij hen die in het geheim. Hij stuurde zijn knechten naar hen toe met voedingsmiddelen, zoals tarwe, gerst, linzen en zout, en dat tijdens de hele oorlog. Daarom denken wij met dankbaarheid aan hem en zijn weldaden terug, telkens als de moordpartijen ter sprake komen."

 

Çelebi Ağa genoot groot respect zowel onder vriend als vijand. Tijdens de genocide zat Celebi Çelebi Ağa in de gevangenis. Was dit toevallig of zette de Ottomaanse overheid doelbewust Çelebi Ağa in de gevangenis? Je vraagt je af wat Çelebi Ağa zou hebben gedaan als hij niet gevangen was genomen tijdens de genocide.

Had hij misschien zijn autoriteit aangewend om de bevriende Koerdische clans te mobiliseren om op die manier de genocide tegen te houden of op z'n minst tot het minimum te beperken?

 

Een andere uiterst belangrijke punt is dat naast Çelebi Ağa ook een bekende Arameeër in Tur Abdin in de gevangenis was gezet door de Ottomaanse overheid, namelijk Shamun (Simon) Hannee Haydo uit het dorp Saree (Turks: Sarıkőy), een zeer ervaren en moedige strijder.

Hij genoot evens groot respect bij de Koerdische clans. Aartspriester Sleman Henno schrijft dat "...de Koerden zeer bevreesd waren voor de mannen van de Haydo-familie " en, verwijzend naar Shamun Hannee Haydo, schrijft hij ".... een roemruchte held, die in de gevechten die de stammen onderling hadden niet één keer werd overwonnen. Een wijze man en een goed clanhoofd."

 

Tijdens de gevangenschap van Shamun werd hij vervangen door zijn eveneens zeer moedige jonge broer Malke. Helaas had Malke niet de wijsheid en levenservaring van Shamun waardoor hij niet alleen zichzelf maar ook anderen in problemen bracht.

Over Malke schrijft aartspriester Henno: "Zijn jongste broer Malke, toen 25 jaar oud, was een moedig, knap en grote man, die angst inboezemde. Met zijn wapen miste hij geen doel. Men zegt wel, dat hij een gloeiende kool treffen kon, zonder de waterpijp te beschadigen. Maar zijn koppigheid en ongeduld ten opzichte van de mening en de wens van anderen waren afkeurenswaardig. Die vormden zwakten die de reden zouden worden voor tragedies waar de inwoners van Beth Bsirino later aan blootgesteld zouden gaan worden."

 

Wanneer Shamun Hannee Haydo en Çelebi Ağa niet gevangen waren gezet, dan waren ze mogelijk in staat geweest om een behoorlijke legermacht op de been te brengen en de genocide van 1915 te voorkomen of op z'n minst te minimaliseren tot slechts enkele moordpartijen hier en daar.

Je vraagt je daarom af of de Ottomaanse regering deze twee mannen doelbewust gevangen heeft genomen om het risico op een tegenstand zoveel mogelijk te minimaliseren.

 

Toen Çelebi Ağa werd vrijgelaten, heeft hij de overlevenden van de genocide weer teruggebracht naar hun dorpen, die onder zijn invloedsfeer stonden en door Moslims waren bezet.

 

Aartspriester Sleman Henno schrijft hierover: " Pas na het einde van de volkerenmoord werd hij (Çelebi Ağa) vrijgelaten. Hij was zeer bedroefd over de bloedbaden, die in gebieden hadden plaatsgevonden die onder zijn beheer stonden, en zei erover: ‘Als ik thuis was geweest, had ik het niet laten gebeuren, dat er ook maar één Syro-Arameeër omgebracht werd.’ Na zijn vrijlating uit gevangenschap, begon hij de verspreide Syro-Arameeërs op te zoeken, hen te troosten en hun in hun nood bij te staan, zoals we al eerder hebben bericht. De dorpen en huizen die door de Koerden tijdens de vervolgingen ingenomen waren, en waarin ze nu leefden, liet hij ontruimen en aan de Syro-Arameeërs teruggeven, waarbij hij de terugkerenden persoonlijk begeleidde en naar hun dorp bracht. Hij waarschuwde de Koerden: ‘Vanaf nu zal ik degenen die nog een Christen ombrengt ter dood veroordelen en zijn huis laten plunderen.’Daarna konden de Syro-Arameeërs weer aan hun werk gaan, zonder bang te moeten zijn voor de Koerden."

 

De bloeddorstige Koerdische clans, onder aanvoering van Haco Clan, zetten tijdens de genocide de plaatsvervanger van Çelebi Ağa, zijn neef Saruchan, zwaar onder druk om mee te werken aan de vernietiging van de Arameeërs.

 

Sleman Henno schrijft:

"Toen de Koerden en Hassan Haço, Qedur Bey en Jozef Haço hoorden, dat de Syro-Arameeërs zich ophielden in Morbobo, vielen ze allen, tandenknarsend als nachtwolven, de Syro-Arameeërs aan, om ze volledig uit te roeien.

Ze probeerden van Saruchan Ağa toestemming te krijgen, de Syro-Arameeërs uit te roeien. Maar Saruchan wees hun verzoek van de hand, en zei:’Ik ben geen verrader als jullie, die gezworen hebben de Christenen niets verkeerds aan te doen, en dan jullie beloften te breken. Ik zeg jullie: ik breng niemand om het leven, en ik laat ook niet toe, dat iemand hen doodt. Wie hen wil ombrengen, moet eerst mij uitschakelen, en dan hen.’ Vervolgens gaf hij zijn knechten het bevel, zich te bewapenen en klaar te staan voor het gevecht. Toen de vijanden zagen, dat hun plan mislukt was, trokken ze zich terug. Vervolgens liet hij hulp halen uit het dorp Beth Debe, om de Syro-Arameeërs daarheen te begeleiden. Vandaar kwamen er bewapende mannen, om hen te helpen. Saruchan beval de Syro-Arameeërs om het dorp te verlaten. Hijzelf en zijn mensen begeleidden hen tot in Beth Debe en keerden vervolgens terug."

 

Haco Ağa

(Foto: Youtube)

 

5. De Koerden hebben smaak te pakken en willen nieuwe genocide

 

Velen van de overlevenden van de genocide van 1915 waren uitgeweken naar Syrië om een nieuw bestaan op te bouwen. De aanwezigheid van de resterende Arameeërs en Armeniërs in Syrië was een doorn in de ogen van de Koerdische clans. Daar wilden ze iets aan doen.

 

Vanwege de uitstekende samenwerking met de Turken, hebben zij de Arameeërs bijna compleet vernietigd in 1915. In 1947 en 1965 wilden ze graag het succes van Turkije herhalen in Syrië in de hoop dat de regering en de Arabische stammen mee zouden werken.

 

Alle Koerdische clans waren verenigd in de planning van de nieuwe genocide. Er was één Koerdische clan die aan deze bloeddorstige samenzwering niet mee had gedaan en dat was de clan van Âwdiyee Khalo (Xalo).

 

Het ging onder meer om de volgende belangrijke Koerdische clans in de samenzwering:

- Clan van Haco

- Clan van Sulaymanee Âbees, uit Dıgera (Beth Zalin/ Kamishli)

- Clan van Ahmadee Usuf

- Clan van Husseinee Ashad (de oom van Musa Antar van vaderskant)

- Clan van Naifee Pashee

- Sjeik van Gezna (Xezna), ook wel Sjeik Geznaoui genoemd.

-... enz...

 

In 1945 werd Syrië onafhankelijk van Frankrijk en de laatste Franse soldaten verlieten het land in 1946. Hierdoor ontstond een tijdelijk machtsvacuüm.

 

Na het vertrek van Fransen, grepen de Koerden de gelegenheid aan en smeedden een samenzwering om de Arameeërs en andere Christenen in Syrië uit te roeien. In 1947 gingen de Koerdische clans naar Sjeik Daham, de leider van Shammar stam, om toestemming en hulp te vragen voor de vernietiging van de Christenen met de mededeling: "Er woont hier, refererend naar de aanwezige Christenen in Syrië, een hele slechte volk. We willen graag samen met U ze allemaal uit ons midden uitroeien"

 

De Shammar stam is afgesplitst van de stam Tayy en ze traceren hun afkomst uit Jemen. De huidige leider van Shammar is Sjeik Hamidi Daham al-Hadi. De leider van Tayy is Sjeik Mohammed al Faris.

 

Sjeik Hamidi Daham al-Hadi, de leider van Shammar stam.

(Foto: youtube.)

Sjeik Daham van Shammar stam antwoordde sarcastisch de Koerdische clans: "Kunnen jullie hen binnen 24 uur vernietigen?" De Koerden antwoordden met "nee, dat lukt niet."

Daham antwoordde hen: "Als jullie toch je plannen doorzetten, dan zal niemand van jullie overblijven."

 

Sjeik Daham informeerde vervolgens de leider van Tayy stam over de samenzwering. Er werd onmiddellijk een front gevormd van Tayy en Shammar tegen de bloeddorstige Koerdische plannen. De clan van Âwdiyee Khalo (Xalo) sloot zich ook aan bij het front waardoor het kwaadaardige Koerdische plan werd afgewend!

De Koerden gaven echter niet zo snel op. In 1965 waagden de Koerdische clans een nieuwe poging om de Arabische stammen ertoe te bewegen om gezamenlijk de Aramese en andere Christenen van Syrië te vernietigen.

 

Opnieuw mislukte hun plan door het front dat werd gevormd door de Koerdische clan van Âwdiyee Khalo (Xalo), de stam Tayy en de stam Shammar

 

Overal waar de Koerden de kans voor krijgen, laten ze hun ware gezicht zien. Op 20 september 2016 rapporteerde de Fides agentschap het verhaal van de Aramese katholieke bisshop Hindo over de terreur en intimidaties van de Koerden tegen de Arameeërs in een artikel getiteld " Archbishop Hindo: violence and intimidation of the Kurd militias on Christians increase in Hassaké": "Elke keer als de Koerdische milities in actie komen om hun militaire hegemonie in de stad te bevestigen.... is het epicentrum van hun plunderingen en aanvallen altijd het gebied van de zes kerken, waar de meeste Christenen leven. In vele gevallen jagen ze de Christenen uit hun huizen weg onder bedreiging van Kalashnikovs. En waar ze binnenvallen, plunderen ze alles"

 

Intimideren, terroriseren, plunderen, wegjagen en toe-eigenen van andermans eigendommen is de eeuwenoude levenswijze van de overgrote meerderheid van de Koerden. Zaken als gelijkheid, samenwerking, vriendelijkheid, respect en liefde begrijpen ze totaal niets van.

 

En wat doen de verraderlijke en laffe Arameeërs die zich "Assyriers" noemen? Ze plegen schaamteloze geestelijke hoererij met de Koerden die hun uiterst best hebben gedaan om ons volk te vernietigen.

 

In 1993 sloten ze een monsterlijk verbond met de PKK van Ocalan en sindsdien worden de "Assyrische" terroristen door de Koerden gebruikt om ons volk te terroriseren en zichzelf een goed PR te bezorgen.

In Syrië vechten deze verraders samen met de Koerden tegen de regering van Bashar Assad. Voorheen hebben ze ook een onheilige verbond gesloten met de Moslimbroederschap om Bashar Assad omver te werpen.

Het meest verschrikkelijke is dat deze verraders het Christendom besmeuren door zichzelf te identificeren als "Christians", terwijl hun daden in werkelijkheid totaal niets met Christendom te maken hebben.

 

Aan de andere kant is het ook niet verbazingwekkend dat ze zich bezighouden met deze vorm van geestelijke hoererij omdat hun "Assyrische" geloofsysteem is gebaseerd op Nimrod/ Assur de antichrist en Samiramis, de hoer van Babylon (hier, hier).

 

Wat velen zich niet realiseren is dat vele Koerden zich hadden aangesloten bij de terroristische groeperingen in Syrië. Zodoende konden ze ongehinderd de Aramese en andere kerken vernietigen en hun eigendommen confisqueren. Over het algemeen zweeg de grote meerderheid van de koloniale Westerse media over deze gruweldaden. Als er hier en daar melding van werd gemaakt, werden de gruwelijkheden toegeschreven aan de door het Westen gecreëerde, bewapende en getrainde groepen als ISIS/ISIL, Al- Nusra enz... De Koerden bleven buitenschot.

 

Bisschop Hindo zegt hierover: "... de situatie is in de handen van de Koerdische milities. Maar er zijn vele van de lokale inwoners, onder hun commando, die voorheen waren ingeschreven bij de jihadistische milities van Daesh (Isis/Isil)."

 

Niet alleen in Hassake, maar ook in plaatsen als Beth Zalin (Kamishli) intimideren de Koerden de Arameeërs (vals: Assyriërs) en andere minderheden. Ze zijn al een tijdje bezig om de Aramese kerkelijke scholen te dwingen les te geven in Koerdisch.

 

De Aramese bisschop Maurice Amsih beklaagde zich over de Koerdische intimidaties in een artikel gepubliceerd door Almasdarnews op 16-9-2016 getiteld " Assyrian (Aramean) Bishop: We denounce Kurdish curricula and abuses".

 

Over de activiteiten van de YPG lezen we: "Hij (bisschop Amsih) verwerpt de misstanden van de zelf- uitgroepen PYD bestuur jegens de Assyriers (Arameeërs) zoals opdringen van Koerdische curricula in Assyrische (Aramese) scholen, confiscatie van de eigendommen van geïmmigreerde personen of het plaatsen van de pro- Koerdische Assyrische MFS in frontlinie tijdens gevechten van Koerdische Asayish tegen de Syrische regime............ "

"In de Assyrische (Aramese) school van Derbesiyeh zijn er slechts vier Assyrische (Aramese)  leerlingen, terwijl er 300 Koerdische zijn. Bisschop Amsih weigerde om de Koerdische curricula in deze school of elke andere school in Eufraat te accepteren. Ook weigerde hij om toestemming te vragen van de Koerdische autoriteiten. In dergelijke gevallen zal school de toestemming verliezen van de Syrische staat zegt hij."

 

Moge de Here God ons ervoor behoeden, maar mochten de Koerden ooit een soort "onafhankelijkheid" krijgen, dan zal dat leiden tot gruwelijke gevolgen niet alleen voor het Aramese volk, maar zeker ook voor andere volkeren en minderheden.

 

 

********************************


Hier kunt U zich aanmelden voor ons nieuwsbrief

 

Copyright © Arameeërs van Aram-Naharaim Organisatie

 

U mag dit artikel alleen overnemen alleen als U de volledig link naar het artikel erbij vermeld.

 

 

 

 

27-7-2010: Aram-Nahrin Organisatie stuurt een brief aan de Turkse minister van Binnenlandse zaken over de bekladding van de Aramese St. Jacob kerk van Nisibin.

 

20-5-2009: Aramese Organisaties sturen brief aan de President en Premier van Turkije over het klooster St. Gabriel en het erkennen van het Aramese inheemse volk als aparte etnische minderheid.

 

 

=============

 

Arameeërs van Syrië

 

Arameeërs van Irak

 

Arabische Vertalingen: الترجمات العربية