Attiya Tunc

Alias: Attiya Gamri, Attiya Gamri-Beth Arsan


Paar Opmerkingen vooraf:

 

1. Na het verschijnen van dit artikel onder de redactie van mevrouw Neurink hebben wij toen ons best gedaan om de verheerlijking van de dwalingen van Jezus van het Westen, het kolonisatie product,, AssyrismeĒ te weerleggen. Maar oh, mysterie, oh mysterie, we kwamen voor dichte deuren en de dikke muren van onwil te staan.

Het merkwaardige feit is dat deze mensen gewoon niets interesseert.

 

2. Tja, en mevrouw Tunc, haalt natuurlijk alles uit de kast om de weerloze lezer van trouw op de verkeerde been te zetten door de verheerlijking van de ideologie van Jezus van het Westen.

 

3. Het is wel merkwaardige dat mevrouw Tunc, zij het zeer onschuldig, een verwijzing naar de PKK maakt!

 

4. Ook erg boeiend is het feit dat mevrouw Tunc niet alleen in dit artikel maar ook in de andere artikelen, als het om genocide gaat, altijd de vinger in de richting van de Turken wijst en nooit over Koerden spreekt! Wat zit daarachter?


Dagblad Trouw: 21-12-2000

 

ĎIk ben trots op de hoop van mijn volkí

 

Door Judit Nuerink

 

De Assyrische gemeenschap in Nederland is in rep en roer over een proces dat vandaag in Turkije wordt gevoerd tegen een Assyrische priester. De Assyrische, Twentse Attiya Tunc zoekt onder Nederlanders steun voor zijn zaak, ťn die van haar bijna vergeten volk.

 

"Een veroordeling van priester Akbulut voelt als een veroordeling van ons volk." Daarmee verklaart Attiya Tunc (28) de moeite die ze doet om het lot van de Assyrische priester onder de aandacht van media en politiek te brengen. Ze schreef mensenrechtenorganisaties aan, sprak met europarlementariŽrs, schreef met kamerleden en wist CDA'er Verhagen te bewegen tot het stellen van kamervragen.

 

Akbulut is ťťn van de laatste christelijke, Syrisch-orthodoxe, priesters die met nog maar enkele tienduizenden AssvriŽrs over is in Turkije. Hij staat vandaag terecht vanwege uitlatingen over de genocide in Turkije in 1915. Niet alleen zijn toen zeker een half miljoen ArmeniŽrs door de Turken vermoord, even erg was de gelijktijdige Turkse moord op AssvriŽrs, zei hij tegen de Turkse pers. Hij wordt beschuldigd van het 'aanzetten tot rassenhaat'.

 

Waar het Amerikaanse Congres, de Fransen en het Europees parlement de Armeense genocide erkenden en het daardoor met Turkije aan de stok kregen, kende de VN zeer onlangs ťťn van de twee overkoepelende organisaties van de AssyriŽrs, de Syriac Universal Alliance een waarnemersstatus toe. Toch weten maar weinigen dat vanaf 1915 in Turkije ook vele duizenden AssyriŽrs zijn vermoord en dat dit geleid heeft tot de uittocht van de meeste overlevenden uit Turkije.

 

Die onwetendheid en het feit dat ze in de Nederlandse pers vrijwel niets aantreft over de vervolging waaraan haar volk in het hedendaagse Turkije nog steeds blootstaat, maakt Attiya Tunc boos. "Ik ben het zo zat, dat ik nu standaard per brief of e-mail reageer op elk artikel over Turkije", zegt ze in haar fraaie Twents dat haar herkomst niet verraadt.

 

Tunc is bestuurslid van Bethnahrin, een informatiebureau over AssyriŽrs in Enschede. In Twente wonen zo'n 15000 AssyriŽrs en elders in het land nog eens zo'n 5000. De meesten zijn Turkije ontvlucht en staan in Nederland bekend als christen-Turken. Het kostte Tunc jaren om te beseffen dat die benaming niet klopt.

 

"Op school spraken Turkse jongeren Turks tegen me en dat begreep ik niet. Want we spreken thuis Aramees. Ik ben toen op zoek gegaan naar mijn achtergrond." Dat ze er zo weinig over wist, kwam ook doordat haar ouders niet kunnen lezen en schrijven. "Ze weten niet precies wat met ons is gebeurd. Ze weten niet meer dan de verhalen van hun grootouders."

Ze zocht ouderen op, hoorde hen uit en vormde zich op basis daarvan een beeld van de geschiedenis van haar volk. Ze ontdekte dat haar taal, het Aramees, in de dagen van Christus het Engels van het Midden-Oosten was en dat haar volk afstamt van de eerste christenen in de regio. Jarenlang leefden ze in MesopotamiŽ, in een gebied dat nu ligt in Turkije, Irak, Iran en SyriŽ. Temidden van de Islamitisering en Arabisering van de regio, bleven de AssyriŽrs christenen met een eigen taal en cultuur. Nu wonen er nog negen miljoen AssyriŽrs verspreid over de hele wereld, met grote gemeenschappen in Libanon, de VS, SyriŽ en Irak.

 

Hoe meer ze te weten kwam, hoe meer de onderdrukking van haar volk ook haar eigen verhaal werd. Zo is de naam Tunc niet haar oorspronkelijke familienaam, dat is Gamri -haar voorouders waren gedwongen een Turkse naam aan te nemen. Ook de dorpen kregen Turkse namen: "Mijn dorp is volgens onze kerkelijke leiders meer dan 2000 jaar oud. Dat het Arbo heet, weet over honderd jaar niemand meer, want sinds de Turkse staat heet het Taskoy".

Haar ouders ontvluchtten het dorp toen Tunc acht was. In ballingschap bleven de verhalen uit het dorp komen. "We hoorden van familieleden dat dorpen werden gebombardeerd, dat een neef is doodgeschoten, dat de buurman is aangevallen."

 

"Dat prikkelde me om steeds actiever te worden. We richtten een Mesopotamische vereniging op in Enschede en langzaam ga je een politieke mening vormen over wat in Oost-Turkije gebeurt. De opkomst van de Koerdische arbeiderspartij PKK bijvoorbeeld. Er zijn AssyriŽrs die met de Koerden hebben meegevochten, tegen de gezamenlijke vijand Turkije. Door dat alles zeg ik nu de mensenrechten van AssyriŽrs in Turkije dat is mijn passie."

 

Het was vooral de dood van de neef, toen ze zestien was, die het proces in gang zette. Ze had nog een vage herinnering aan hem. Hij bleef achter, toen haar ouders vertrokken, maar werd door een Turkse dorpswacht doodgeschoten toen hij weigerde het dorp te verlaten. "Dan kan je tot drie tellen en het hele dorp is leeg. Dat is systematisch in heel veel dorpen gebeurd." De aanleiding kon verschillen: "Er wordt een meisje ontvoerd, een vrouw wordt beledigd of aangerand. Wijngaarden worden verbrand, er is geen oogst meer". Als gevolg daarvan is het aantal AssyriŽrs in Turkse dorpen teruggelopen van anderhalf miljoen tot enkele duizenden, voornamelijk ouderen. Zeker tachtig dorpen zijn met geweld leeggehaald.

 

Het Aramees mag in Turkije niet worden geschreven, noch onderwezen. De taal dreigt daarmee te verdwijnen en dat is precies wat de Turkse overheid wil, meent Tune. "Wat je voelt, op alle niveaus, is dat je identiteit niet wordt erkend. Die wordt zo weggemoffeld, dat bijvoorbeeld mijn Turkse collega's nog nooit van de AssyriŽrs hadden gehoord ... Ik wil erkenning, maar ik wil er niet net als de Koerden twintig jaar voor vechten." Anders dan de Koerden strijden de AssyriŽrs niet voor een eigen staat.

 

"Een vrij MesopotamiŽ is niet haalbaar", zegt Tunc. Ze willen simpelweg erkenning van hun eigen cultuur, en de mogelijkheid hun taal te lezen en schrijven, zoals dat in Iran als enige in de regio met eigen verenigingen en media al wel kan. Om die eisen kracht bij te zetten, organiseren Assyrische jongeren in Europa bijvoorbeeld hongerstakingen op de 24ste april, de dag dat de genocide van 1915 worden herdacht "De Turken zullen een keer met ons moeten praten. Ik leg me er niet bij neer dat ze ons blijven wegdrukken, en met mij veel jongeren in ballingschap niet."

Tunc is onder de AssyriŽrs allang geen onbekende meer. Ze maakt -op vrijwillige basis- programma's die worden uitgezonden in de twaalf uur zendtijd die de AssyriŽrs wekelijks hebben op de Koerdische satellietzender Med-TV. "Je bereikt 80 landen, ook het Midden-Oosten, heel Europa kijkt naar je. Dat is een belangrijke ontwikkeling geweest."

Ze denkt dat het trauma van de vervolging en onderdrukking van haar volk generaties lang van ouder op kind is overgedragen.

"Ik heb vriendinnen die hier geboren zijn, die het land van herkomst nooit gezien hebben, maar zich wťl verbonden voelen met de strijd voor de mensenrechten van ons volk." Waar ze trots op is? "Op de hoop, die mijn volk is blijven houden. Ik ken jongeren die hun luxe bestaan in Europa opgaven om terug te gaan naar hun dorpen en die als dorpswachter beschermen. Daar ben ik trots op en dat geeft mij hoop."